
Intussen woont ze al langer in Antwerpen dan ze in Genk heeft gewoond. Toch roepen deze twee steden voor haar dat 'thuis'-gevoel op.
Genk, haar geboorteplek, waar ze met matig enthousiasme, in uniform school liep, waar ze met veel goesting naar de Scouts ging, muziek- ballet- en tekenles volgde, dictie en voordracht deed, waar ze haar eerste fuiven (in de Rembrandt) meemaakte, haar eerste vriendjes had, voor een publiek zong in 't Hikske, daar liggen haar roots.
Schaatsen op de Molenvijver in putteke winter en met bevroren tenen thuiskomen. Op café hangen in Het Groot Ongenoegen, de White Light, De Vagant (waar men vandaag pizza's serveert in plaats van pinten tapt).
Zogezegd heel vaak naar de bibliotheek ...
"Die van toen was eerder gewoon maar die nieuwe bibliotheek, die ik mee mocht openen, is verbluffend mooi, een prachtig staaltje van hedendaagse architectuur en een paradijs voor fervente lezers" vindt Andrea.
Een levendige interesse voor architectuur werd er bij haar thuis met de paplepel ingegoten. Ze vindt het dan ook een wat onwennig zicht ... die buurt rond het stadhuis, dat haar vader ontwierp in de jaren '60, die volgebouwd werd.
Al vindt ze het Carbon Hotel meer dan geslaagd, vanbinnen en vanbuiten.
Volgens Andrea kan je aan 'de charbonnage', de steenkoolmijnen natuurlijk niet voorbij in Genk.
Andrea vertelt: "Ze hebben heel specifieke woonwijken opgeleverd, waar ik niet-Genkenaren graag mee naar toe zou nemen. En ze hebben van Genk een uitgesproken multiculturele stad gemaakt. Ook de nieuwe bestemming van de oude koolmijn van Winterslag, nu C-Mine, is opwindend en vergelijkbaar met wat men in trendy steden als Glasgow en Londen doet met industriële archeologie. Toch is de geschiedenis van Genk relatief jong, waardoor je in het stadsbeeld misschien die fond mist. Maar als je er gewoond hebt kan je niet anders dan Genk een warm hart toedragen."